Auteursarchief: admin

Onderhoudsgeldcalculator ontwikkeld in de schoot van de familierechtbank : ‘methode Hobin’

Recent werd er op initiatief van de Voorzitter van het Hof van Beroep te Antwerpen, Rob Hobin, een onderhoudsgeldcalculator uitgewerkt die als doel heeft op een uniforme, toegankelijke en transparante wijze een indicatie te geven van de hoegrootheid van onderhoudsbijdragen voor kinderen in verscheidene situaties.

Als gespecialiseerd kantoor in familierecht volgen wij de verdere ontwikkeling van deze rekenmodule nauwgezet op en dragen wij met onze kennis daaraan bij.

Daar waar de rekenmodule voorlopig enkel door professionals (rechters, advocaten,…) gebruikt wordt in een eerste versie, kunnen wij ze thans reeds in een uitgebreidere versie aan u gratis ter beschikking stellen.

Deze rekenmodule geeft net als anderen rekentools, zoals de methode Renard, Gezinsbond of Pareto een indicatie en geen garanties.  Dat betekent dat het resultaat niet noodzakelijk gevolgd moet worden door een rechter. 

Screenshot uit de rekenmodule.

Graag gidsen wij u door de rekenmodule, die u hier kan downloaden.

U start de berekening op tabblad nummer twee, waar u verzocht wordt om de rode velden in te vullen:

  • Het aantal gemeenschappelijke kinderen waarvoor de onderhoudsbijdrage berekend wordt;
  • De leeftijd van deze kinderen;
  • Het netto verdienvermogen van de ouders (OP= onderhoudsplichtige / OG= onderhoudsgerechtigde);
  • De vaste kosten, welke kunnen worden begroot op een forfait gelijk aan het voor een alleenstaande of de helft daarvan voor een samenwonende;
  • De geleverde bijdrage door de OP op basis van de verblijfsregeling in de verblijfsgebonden kosten (af te leiden uit de tabel rechts eventueel indien nodig in combinatie met het vijfde tabblad);
  • De geleverde bijdrage door de OP op basis van de verblijfsregeling in de gewone verblijfsoverstijgende kosten (af te leiden uit de tabel rechts);
  • De hoegrootheid van de kinderbijslag/het groeipakket;

U kan vervolgens aflezen hoeveel de onderhoudsbijdrage per kind bedraagt in de veronderstelling dat de onderhoudsgerechtigde ouder (OG)):

  • De kinderbijslag ontvangt;
  • De verblijfsgebonden kosten draagt wanneer het kind/ de kinderen bij hem of haar verblijven;

Bv. kosten van opvoeding en verzorging zoals voedsel en verzorgingsproducten alsook de kosten verbonden aan een reis die zij met een ouder maken (vb. skikledij), aankoop van een fiets,…

  • De gewone verblijfsoverstijgende kosten draagt wanneer het kind/ de kinderen bij hem of haar verblijven;

Bv. kledij, kosten voor communicatie en vervoer, kapper, schoolrekeningen, gewone huisartsbezoeken, apothekerskosten edm.

  • De buitengewone kosten, zoals wettelijk bepaald in het KB van 22 april 2019apart worden afgerekend volgens de verhouding van de inkomsten van elk van de ouders in de globale inkomsten.

In vele situaties, zeker in deze waarin een verblijfsregeling vrij gelijkmatig opgaat, is het niet altijd handig dat elke ouder apart instaat voor de gewone verblijfsoverstijgende kosten zoals schoolrekeningen edm. (zie hoger) en wensen ouders deze apart af te rekenen, samen met de buitengewone kosten. Partijen kunnen kiezen om deze periodiek af te rekenen met elkaar dan wel om gebruik te maken van een gemeenschappelijke kindrekening die zij uitsluitend voor deze kosten aanwenden ‘genaamd kindrekening’.

In het derde tabblad kan u daarom aflezen hoeveel de onderhoudsbijdrage bedraagt indien alle verblijfsoverstijgende kosten apart worden verrekend. Het betreft dan enkel een bijdrage in de verblijfsgebonden kosten in de veronderstelling dat de onderhoudsgerechtigde ouder de kinderbijslag ontvangt. 

De kans dat u hierbij een negatief resultaat heeft is groot.  Immers vaak is de toekenning van de kinderbijslag zelf aan één ouder al een te grote compensatie als bijdrage in de verblijfsgebonden kosten.

Om deze reden wordt vaak geopteerd om gebruik te maken van een kindrekening, waarbij de mogelijkheid bestaat om de kinderbijslag (evenals de teruggaven van de mutualiteit en hospitalisatieverzekering, schooltoelages en studiebeurs en andere sociale toelagen of inkomsten ten behoeve van de kinderen) op deze kindrekening te doen toekomen. 

In het vierde tabblad kan u dan de bijdragen aflezen die elke ouder dient te storten op de kindrekening, om te voldoen in de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen in de hypothese dat de kinderbijslag daar wel of niet op gestort wordt.

Wie een niet zo standaard verblijfsregeling hanteert en snel zicht wil krijgen op de percentages die dat verblijf bij elk van beide ouders inhoudt kan het vijfde tabblad dienstig zijn.

 Misschien heeft u concrete vragen n.a.v. uw berekening of laat u dit liever aan ons over, neem gerust met ons contact op, wij helpen u graag verder.

Advocaten

Kris Wellekens
Nele VERBERCKMOES
Hannah VAN DER SCHUEREN

Collaboratief advocaat

Sedert maart 2020 werd Mr Kris Wellekens door de Orde van Vlaamse Balies erkend als collaboratief advocaat.

Op 02 juli 2018 verscheen in het Belgisch Staatsblad de “Wet van 18 juni 2018 houdende (…) bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing”.

De Wet creëerde een nieuwe vorm van alternatieve geschillenoplossing: de collaboratieve onderhandelingen.

Dit is een onderhandelingsvorm die komt overgewaaid vanuit de USA en die specifiek wordt voorbehouden aan speciaal daartoe opgeleide advocaten, zogenaamde “collaboratieve advocaten”.

Eigen aan de collaboratieve advocaat is dat hij samen met de collaboratieve advocaat van de andere partij zal zoeken naar oplossingen waarin elke partij zich kan vinden, om aldus tot een gezamenlijk gedragen akkoord te komen.

Advocaten die wensen op te treden als collaboratieve advocaten dienen hiervoor een speciale opleiding dienen te volgen.

Belangrijk is dat het optreden van een collaboratieve advocaat strikt beperkt is tot het doel van de collaboratieve onderhandelingen.   Indien de collaboratieve onderhandeling eindigt zonder akkoord, dient de collaboratieve advocaat zich terug te trekken en kan hij niet meer optreden in een gerechtelijke procedure die betrekking heeft op het voorwerp van de collaboratieve onderhandeling.

Verblijfsregelingen in tijden van corona

De wereld draait sinds een aantal weken wat anders dan we gewend zijn en dat zorgt bij heel veel mensen en in erg veel sectoren voor bezorgdheden en onzekerheden, niet in het minste in onze juridische sector.We worden geconfronteerd met tal van nieuwe corona-overheidsmaatregelen waarvan het niet altijd duidelijk is in welke mate ze verenigbaar zijn met anderen juridische dwingende bepalingen.

Zo hebben tal van ouders een overeenkomst, akte of vonnis die uiteraard geen rekening houdt met een uitzonderlijke omstandigheid zoals een pandemie.

Ook nu nog komen nieuwe vonnissen bij ons toe die vanzelfsprekend niet ‘corona-proof’ zijn.

Er is geen hiërarchie tussen de dwingende bepalingen van bv. een vonnis omtrent de verblijfsregeling en de nieuwe dwingende corona-maatregelen.

Geconfronteerd met deze nieuwe realiteit, heeft de Orde van Vlaamse Balies thans een richtlijn vooropgesteld waarmee wordt beoogd om rechtszekerheid en rust te brengen.

Samenvattend komt deze richtlijn er op neer dat:



  • “de rechtszekerheid en het belang van het kind en de ouders het uitgangspunt vormen zodat de geldende verblijfsregelingen in beginsel moeten worden nageleefd“;
  • bij een coronabesmetting van een ouder of kind of andere inwonende persoon, om redenen van volksgezondheid wordt afgeweken van de bestaande verblijfsregeling“;

Commissie familierecht Orde Van Vlaamse Balies



Als gespecialiseerd kantoor in familierecht onderschrijven wij deze richtlijn en proberen wij deze zoveel als mogelijk toe te passen op de ons voorgelegde situaties .

Samen met u trachten we dus de juiste interpretatie te geven aan de nieuwe corona-bepalingen en na te gaan in welke mate deze verenigbaar zijn met uw concrete situatie of deze van uw kind(eren). Graag helpen we ook in de communicatie daaromtrent met de andere ouder.

Graag waarschuwen wij er voor om niet zomaar op eigen houtje en zonder medisch attest af te wijken van de verblijfsregeling. Het niet naleven van een verblijfsregeling zoals vastgelegd in een overeenkomst, akte of vonnis zonder gegronde reden kan immers vergaande gevolgen hebben. U zou bijvoorbeeld kunnen geconfronteerd worden met dwangsommen, een schadevergoeding of zelfs een strafrechtelijke sanctie.

Indien u hieromtrent vragen of toepassingsproblemen hebt dan kan u steeds contact met ons opnemen voor verder individueel advies.

Kris WELLEKENS
Nele VERBERCKMOES
Hannah VAN DER SCHUEREN
Anne RYSSAERT


De richtlijn verder in detail

Het uitgangspunt van de richtlijn is de naleving van de verblijfsregeling

In deze turbulente tijden dringt de OVB erop aan dat verblijfsregelingen moeten blijven worden uitgevoerd zoals gehomologeerd of opgelegd door de rechter. Meer dan ooit is er nood aan stabiliteit en zekerheid voor alle betrokkenen. De minderjarige heeft er belang bij om zijn beide ouders te blijven zien en de ouders hebben er omgekeerd ook belang bij om de minderjarige te zien. Dit werd ook reeds eerder als dusdanig gecommuniceerd door de Vlaamse regering, alsook nogmaals door de woordvoerder van het Crisiscentrum Yves Stevens (DS 20 maart 2020). De coronamaatregelen van de regering verbieden vooralsnog niet dat minderjarigen naar hun ouders worden gebracht en dat dus wissels nog steeds plaatsvinden in het kader van de verblijfsregeling. Het betreft een noodzakelijke verplaatsing die vooralsnog niet verboden is.

De vraag of thans de verblijfsregeling van toepassing is voor schoolvakanties of niet moet op dezelfde wijze en vanuit hetzelfde perspectief worden beantwoord. Concreet betekent dit dat enkel voor de paasvakantie de regeling geldt die gedurende schoolvakanties van toepassing is. Voor de periodes daarbuiten gedurende dewelke de coronamaatregelen zoals afgekondigd door de regering gelden, en de scholen dus vooralsnog gesloten blijven, is de verblijfsregeling van toepassing zoals deze geldt tijdens het schooljaar.

En wat dan met interlandelijke overbrenging en gesloten grenzen?

De grenzen met de buurlanden mogen alleen nog maar worden gepasseerd in het kader van woon-werkverkeer of een andere essentiële verplaatsing (bv. goederenvervoer). Wonen de ouders van de minderjarige dus aan beide zijden van de Belgische grens, dan kan de minderjarige nog steeds over de grens worden gebracht aangezien het een noodzakelijke of essentiële verplaatsing betreft binnen de lidstaten van de EU.

Op het voornoemde uitgangspunt worden twee uitzonderingen aanvaard

De ouders komen anders overeen

Net zoals steeds het geval is, ook in niet corona-tijden, kunnen partijen steeds in afwijking van hun vonnis of voorheen gesloten akkoord andersluidende overeenkomsten sluiten voor zover zij daar beiden mee instemmen.

Het spreekt voor zich dat deze overeenkomsten wel verenigbaar dienen te zijn met de corona-maatregelen en dat de volksgezondheid daarbij in acht moet worden genomen.

Noodtoestand

Een situatie van noodtoestand vormt algemeen een rechtvaardigingsgrond voor de niet-naleving van de verblijfsregeling.

In tijden van corona gaat het dan om de volgende situaties:

  • een van de ouders is besmet met corona

Het wordt absoluut afgeraden om het kind over te brengen naar de ouder die besmet is met corona. Om besmetting te voorkomen wordt aanbevolen om het kind bij de ouder te laten die niet besmet is. Verblijft het kind evenwel bij een ouder die besmet is met corona, dan wordt overeenkomstig de coronamaatregelen van de regering, aanbevolen om het kind niet alsnog over te brengen naar de niet-besmette ouder.

  • de minderjarige is besmet met corona

Breng het zieke kind niet over van de ene ouder naar de andere, maar laat hem of haar uitzieken bij de ouder waar hij of zij verblijft. Dit om verspreiding van het virus te voorkomen.

  • een andere bij de ouder inwonende persoon is besmet met corona

Is een andere persoon, zoals de plusouder, grootouder of een ander familielid, inwonend bij de ouder van het kind besmet met corona dan zijn dezelfde richtlijnen van toepassing als hierboven weergegeven. Ook dan wordt het absoluut afgeraden om het kind over te brengen naar de ouder in wiens gezin iemand besmet is met corona. Om besmetting te voorkomen wordt aanbevolen om het kind bij de ouder te laten die niet besmet is. Verblijft het kind evenwel bij een ouder die besmet is met corona, dan wordt overeenkomstig de coronamaatregelen van de regering, aanbevolen om het kind niet alsnog over te brengen naar de niet-besmette ouder.

  • beide ouders en/of het kind zijn besmet met corona

Zijn beide ouders en/of het kind besmet met het coronavirus dan wordt overeenkomstig de maatregelen van de regering aanbevolen dat de zieke ouders en/of het kind thuisblijven teneinde de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Bijgevolg is het aanbevelenswaardig om in dit geval het (al dan niet zieke) kind niet over te brengen van de ene zieke ouder naar de andere zieke ouder in het kader van de verblijfsregeling.

Medische attesten als bewijs van besmetting

Om alle discussie uit te sluiten is het handig om een duidelijk medisch attest te verkrijgen dat de situatie zo nauwkeurig mogelijk omschrijft.

  • indien er een medisch attest voorhanden is dat een coronabesmetting vaststelt van een ouder, kind of andere inwonende persoon, dan wordt gehandeld zoals hierboven omschreven.
  • indien er een medisch attest voorhanden is dat een vermoeden van coronabesmetting vaststelt van een ouder, kind of andere inwonende persoon, dan wordt er van uitgegaan dat de huisarts de instructie om thuisisolatie toe te passen heeft meegegeven.

Dit betekent concreet dat de betrokkene minstens 7 dagen thuisblijft en de woning niet verlaat. In deze situatie is het dus belangrijk om niet alleen oog te hebben voor het belang van het kind en van de ouder(s) om wederzijds contact te onderhouden, maar zeker ook voor de volksgezondheid en het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus. Het komt dan ook gerechtvaardigd voor om gedurende die 7 dagen af te wijken van de verblijfsregeling zoals hierboven weergegeven.

Wordt evenwel na de periode van 7 dagen thuisisolatie geen coronabesmetting vastgesteld dan moet de verblijfsregeling opnieuw worden nageleefd.

  • indien er een medisch attest voorhanden is dat niet uitdrukkelijk coronabesmetting specifieert, maar dus zonder nader te specifiëren dat het om (een vermoeden van) coronabesmetting gaat, dan moet in beginsel de verblijfsregeling worden nageleefd. Een en ander tot bewijs van het tegendeel en zonder andersluidend akkoord van de ouders.
  • ofwel ontbreekt een medisch attest of ander bewijs dat een coronabesmetting vaststelt van een ouder, kind of andere inwonende persoon: in dit geval moet de verblijfsregeling worden nageleefd.

• Collaboratieve onderhandelingen

Op 02 juli 2018 verscheen in het Belgisch Staatsblad de “Wet van 18 juni 2018 houdende (…) bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing”.

De wet wijzigt verschillende bepalingen inzake bemiddeling om het gebruik ervan aan te moedigen.

De Wet creëert tevens een nieuwe vorm van alternatieve geschillenoplossing: de collaboratieve onderhandelingen.

Dit is een onderhandelingsvorm die komt overgewaaid vanuit de USA en die specifiek wordt voorbehouden aan speciaal daartoe opgeleide advocaten, zogenaamde “collaboratieve advocaten”.

Eigen aan de collaboratieve advocaat is dat hij samen met de collaboratieve advocaat van de andere partij zal zoeken naar oplossingen waarin elke partij zich kan vinden, om aldus tot een gezamenlijk gedragen akkoord te komen.

Advocaten die wensen op te treden als collaboratieve advocaten zullen hiervoor een speciale opleiding dienen te volgen.

Belangrijk is dat het optreden van een collaboratieve advocaat strikt beperkt is tot het doel van de collaboratieve onderhandelingen.   Indien de collaboratieve onderhandeling eindigt zonder akkoord, dient de collaboratieve advocaat zich terug te trekken en kan hij niet meer optreden in een gerechtelijke procedure die betrekking heeft op het voorwerp van de collaboratieve onderhandeling.

De nieuwe wet treedt, wat betreft de collaboratieve onderhandelingen, in werking op 01.01.2019.

 

 

 

 

 

• Erfenissimulator

Wikifin.be, de informatiesite van de overheid over financiële zaken, heeft een erfenissimulator online gezet.  Daarmee kan u nagaan hoe een nalatenschap zal verdeeld worden na overlijden en hoeveel successierechten erop betaald moeten worden.

Maar let op:  de erfenissimulator geeft enkel weer hoe een nalatenschap zou verdeeld worden als er geen testament is of geen schenkingen tijdens het leven werden gedaan.

Het blijft raadzaam om in geval van complexe nalatenschappen en/of twijfel uw notaris of advocaat te raadplegen.

http://www.wikifin.be/nl/erfenissimulator

• Verlaging miserietaks (verdelingsrecht): van 2,5% naar 1%, maar niet voor iedereen

In vorige berichten werd reeds aangekondigd dat de miserietaks (of het verdelingsrecht) zou worden verlaagd van 2,5% naar 1% én dat deze nieuwe regeling zou ingaan vanaf 01.01.2015 (uiteindelijk wordt dit 31.12.2014).  Met het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 wordt deze aankondiging concreet gemaakt.

De aangekondigde tariefverlaging geldt evenwel niet voor iedereen.   Het tarief van 2,5% wordt immers principieel behouden voor verdelingen, afstanden en omzettingen van vruchtgebruik en enkel de partijen die in de huidige regeling aanspraak kunnen maken op de toepassing van het abattement zullen kunnen genieten van het verlaagde tarief van 1%.  Deze tariefverlaging komt dan in de plaats van het abattement.

De tariefverlaging geldt dus enkel voor bepaalde doelgroepen, meer bepaald:

  • wanneer een verdeling of afstand plaats heeft naar aanleiding van een echtscheiding (hetzij bij onderlinge toestemming, hetzij op grond van onherstelbare ontwrichting);
  • wanneer een verdeling of afstand plaats heeft naar aanleiding van het stopzetten van een wettelijke samenwoning, die tenminste één jaar ononderbroken heeft geduurd, en voor zover binnen het jaar na het beëindigen van de wettelijke samenwoning een verdeling of afstand wordt overeengekomen;

Komen niet in aanmerking voor het verlaagde tarief:

  • het stopzetten van een feitelijke samenwoning geeft geen aanleiding tot het toekennen van het verlaagde tarief;
  • de afstand of verdeling tussen verwanten wanneer de onverdeeldheid is ontstaan ingevolge een nalatenschap;
  • de afstand of verdeling onder vennoten;
  • de omzetting van vruchtgebruik;

Waar het abattement alleen werd verleend als de verdelingsakte de onverdeeldheid deed ophouden onder alle mede-eigenaars, geldt deze voorwaarde niet voor de tariefverlaging.  Dus ook een verrichting die de onverdeeldheid niet doet ophouden onder de mede-eigenaars, kan aanleiding geven tot de toepassing van het verlaagd tarief van 1%.

De nieuwe regeling zal in werking treden op 31.12.2014.  De datum van de overeenkomst is bepalend voor het toepasselijke tarief, ongeacht of deze onderhands, authentiek, met of zonder opschortende voorwaarde is.

 

 

• Verlaging miserietaks vanaf 01.01.2015

In een vorig bericht werd reeds aangekondigd dat het tarief bij verdeling of afstand van onverdeelde delen bij echtscheiding of bij beëindiging van wettelijke samenwoning, de zogenaamde Miserietaks, zal worden teruggebracht van 2,5% naar 1%.

Ondertussen werd door het kabinet bevestigd dat deze aangekondigde verlaging in werking zal treden op 1 januari 2015.  Evenwel zal in een zelfde beweging het abattement, dat was bedoeld om de tariefverhoging van 1% naar 2,5% te milderen, worden afgeschaft.

De datum van de onderhandse overeenkomst van verdeling of afstand zal bepalend blijken voor de toepassing van het verlaagde tarief.   Overeenkomsten gesloten voor 01.01.2015 zullen worden belast aan het oude tarief van 2,5%, waarbij wel nog toepassing zal kunnen worden gemaakt van het abattement.   Overeenkomst gesloten vanaf 01.01.2015 zullen kunnen genieten van het verlaagde tarief van 1%.

 

 

• Verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving of verwerping van een nalatenschap ten overstaan van de notaris van uw keuze

Vanaf 29 mei 2014 kunt u bij de notaris een verklaring van aanvaarding van een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving afleggen of een nalatenschap verwerpen.

Een overledene laat een bepaald vermogen na. Dit bestaat zowel uit een actief (goederen, rekeningen, aandelen…) als een passief (schulden). Het actief en het passief vormen samen de nalatenschap.

De erfgenaam heeft met betrekking tot de nalatenschap drie mogelijkheden.

  1. Hij kan de nalatenschap zuiver aanvaarden. Daarvoor hoeft hij niets speciaals te ondernemen. De zuivere aanvaarding kan m.a.w. stilzwijgend gebeuren. Het gevolg daarvan is dat zijn vermogen en de nalatenschap één geheel gaan vormen. Ze worden vermengd met elkaar.
  2. Soms is het zeer duidelijk dat de nalatenschap zware schulden heeft. Indien de erfgenaam niet voor die schulden wil instaan, dient hij de nalatenschap te verwerpen. Hij krijgt dan niets, maar betaalt ook niets, ook geen successierechten. De erfgenaam mag dan wel geen handelingen gesteld hebben die laten vermoeden dat hij de nalatenschap heeft aanvaard. Zo mag hij bijvoorbeeld de nagelaten woning niet leegmaken, om de meubelen voor zichzelf te houden.
  3. Ten slotte kan de erfgenaam kiezen om de nalatenschap te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. In dit geval is er geen sprake van een vermenging van de vermogens. Er wordt een inventaris (boedelbeschrijving) opgesteld waarin de goederen en de eventuele schulden worden opgelijst. Indien er schulden zijn kunnen die in principe niet worden verhaald op het persoonlijk vermogen van de erfgenaam, enkel op de nalatenschap.

De erfgenaam moet kiezen tussen deze drie mogelijkheden en kan achteraf niet meer op zijn keuze terugkomen. Een nalatenschap aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving betekent dus dat hij nadien in principe niet meer mag kiezen om de nalatenschap te verwerpen of zuiver te aanvaarden. Het betekent wel dat hij bewust kiest om de vermogens gescheiden te houden, zodat hij zeker niets uit zijn eigen zak moet betalen. In het ergste geval krijgt hij niets.

Zowel voor de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, als voor de verklaring van verwerping van een nalatenschap hoeft een erfgenaam niet langer meer naar de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen te gaan (meestal is dit de griffie van de rechtbank waar de overledene zijn laatste woonplaats had voor zijn overlijden), hoewel deze mogelijkheid blijft bestaan. U kunt gewoon naar een notaris naar uw keuze gaan.

• Slachtoffers van opzettelijke gewelddaden krijgen een voorrecht op de goederen van de veroordeelde

Door de wet van 21 februari 2014 tot wijziging van de hypotheekwet van 16 december 1851, teneinde voorrechten in te stellen ten gunste van de slachtoffers van strafbare feiten (B.S. 15 mei 2014) zullen slachtoffers van opzettelijke gewelddaden voortaan gemakkelijker vergoed worden voor hun lichamelijke of psychische schade. Zij krijgen een voorrecht op de roerende en onroerende goederen van de veroordeelde.

Deze wet treedt in werking op 25 mei 2014.

Opzettelijke gewelddaden

De nieuwe voorrechten gelden enkel voor slachtoffers van een opzettelijke gewelddaad die een strafbaar feit vormt. Ook hun rechtverkrijgenden tot en met de tweede graad genieten van de voorrechten.

 Schadevergoeding

De schadevergoeding die de burgerlijke of strafrechter toekent aan het slachtoffer voor de lichamelijke en psychische schade die het rechtstreeks gevolg is van de opzettelijke gewelddaad is bevoorrecht. Enkel de schadevergoeding die definitief is, is bevoorrecht. Dat houdt in dat de beslissing in kracht van gewijsde moet gegaan zijn.

Roerende en onroerende goederen

Het slachtoffer heeft voor de schadevergoeding een voorrecht op de roerende én onroerende goederen van de veroordeelde.

Het roerende voorrecht is een algemeen voorrecht. Het komt na het voorrecht van onder meer de werknemers en het sluitingsfonds, en voor het voorrecht van het Riziv.

Het voorrecht op de onroerende goederen heeft betrekking op alle onroerende goederen van de veroordeelde. Het voorrecht krijgt een plaats onmiddellijk voor het voorrecht van de staat.

Het bestaat enkel als het binnen twee maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing wordt ingeschreven in de registers van de hypotheekbewaarder. Bij een latere inschrijving neemt het voorrecht rang op de dag waarop het wordt ingeschreven.

Het voorrecht wordt pas uitgeoefend na de wettelijke en bedongen hypotheken die voor het tijdstip waarop de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan bij het hypotheekkantoor werden ingeschreven.

 Niet voor de wettelijk gesubrogeerde

De wettelijk gesubrogeerde van het slachtoffer kan niet genieten van de voorrechten. De burgerlijk aansprakelijke partij of de verzekeraar die het slachtoffer zou vergoeden, worden dus niet in het voorrecht gesubrogeerd.