Omschrijving 3 soorten kosten m.b.t. kinderen

Omschrijving 3 soorten kosten m.b.t. kinderen

Voor een berekening van onderhoudsbijdragen wordt gewerkt met een vaste indeling van kosten m.b.t. kinderen. Hieronder vindt u de drie soorten kosten: (gewone) verblijfsgebonden kosten, (gewone) verblijfsoverstijgende kosten en buitengewone kosten.

1)           (Gewone) Verblijfsgebonden kosten

Daaronder wordt verstaan de dagdagelijkse kosten die rechtstreeks verband houden met het verblijf van de kinderen bij de ouders:

  • de kosten van voeding;
  • de huisvestingskosten (huurlast of hypothecaire leninglast);
  • de energiekosten (elektriciteit, gas, verwarming);
  • water, telefoon- en internetkosten;
  • meubels, beddengoed,…
  • vervoer met de wagen;
  • familiale verzekering;
  • zakgeld;
  • cadeaus;
  • uitstappen;
  • gezinsvakanties;
  • eenmalige vrijetijdsactiviteiten;
  • opvangkampen;
  • aankoop en onderhoud fiets (die niet wordt gewisseld)

2)           (Gewone) verblijfsoverstijgende kosten

  • de courante (of ‘kleinere’) medische kosten: kosten van een gewoon bezoek aan de huisarts en tandarts en de hieruit voortvloeiende apotheekkosten, jaarlijkse bijdrage mutualiteit;
  • de courante (of ‘kleinere’)  studiekosten: aankoop studiemateriaal of kosten van een verplichte uitrusting eigen aan de studierichting), de periodieke schoolfacturen waarin o.m. vervat zitten de kosten van activiteiten georganiseerd door de school – zwemmen, sport, theater –  kosten van eventuele maaltijden op school, kosten van voor- en naschoolse opvang, kosten van fotokopies, kosten van eendaagse schooluitstappen,…
  • de verplaatsingskosten met openbaar vervoer van en naar school: o.m. trein- of schoolabonnementen;
  • de courante (of ‘kleinere”) kosten van buitenschoolse en vrije tijdsactiviteiten
  • muziekinstrument (dat wordt gewisseld)
  • kapper;
  • GSM;
  • uurwerk;
  • kosten van kledij incl/excl schoenen en jassen
  • aankoop en onderhoud fiets (die  wordt gewisseld)

3)           Buitengewone kosten

1° de volgende medische en paramedische kosten:

  • de behandelingen door artsen-specialisten en de medicaties, gespecialiseerde onderzoeken en verzorging die zij voorschrijven;
  • de kosten van heelkundige ingrepen en van hospitalisatie en de specifieke behandelingen die eruit voortvloeien;
  • de medische en paramedische kosten en hulpmiddelen waaronder orthodontie, logopedie, oftalmologie, psychiatrische of psychologische behandeling, kinesitherapie, revalidatie, prothesen en apparaten, met name de aankoop van een bril, een beugel, contactlenzen, orthopedische zolen en schoenen, hoorapparaten en een rolstoel;
  • de jaarlijkse premie van een hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering die de ouders of één van hen moeten betalen.

De premie moet betrekking hebben op de kinderen; en dit:

  • voor zover de kosten bedoeld onder a), b) en c) voorgeschreven zijn door een bevoegde arts of instantie; en
  • onder aftrek van de tussenkomst van het ziekenfonds, van een hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering.

2° de volgende kosten betreffende de schoolse opleiding:

  • meerdaagse schoolactiviteiten tijdens het schooljaar zoals ski-, zee- en bosklassen, school- en studiereizen en stages;
  • noodzakelijk gespecialiseerd en kostelijk studiemateriaal en/of schoolkledij, aan speciale taken verbonden, die vermeld staan op een lijst die de onderwijsinstelling aflevert;
  • het inschrijvingsgeld en de cursussen voor hogere studies en bijzondere opleidingen alsook niet gesubsidieerd onderwijs;
  • de aankoop van informatica-apparatuur en printers met de softwareprogramma’s die voor de studie noodzakelijk zijn;
  • de bijlessen die het kind moet volgen om in zijn schooljaar te slagen;
  • de kosten verbonden aan de huur van een studentenkamer;
  • bijkomende specifieke kosten verbonden aan een buitenlands studieprogramma;

na aftrek van eventuele school- en studietoelagen en andere studiebeurzen.

3° de volgende kosten verbonden aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid en de ontplooiing van het kind:

  • kosten voor kinderopvang voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar;
  • lidgeld, basisbenodigdheden en kosten voor kampen en stages in het kader van culturele, sportieve of artistieke activiteiten;
  • inschrijvings- en examengeld voor de rijopleiding en de theoretische en praktische examens voor een rijbewijs voor zover dit niet kosteloos langs de school kan behaald worden maar via een rijschool moet gebeuren;

4° overige kosten die de ouders in een gezamenlijk akkoord als buitengewoon benoemen of die als zodanig door de rechter gekwalificeerd worden.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Nieuws