Bewijsvoering door schriftelijke verklaringen van derden in burgerlijke procedures

Sinds de inwerkingtreding op 13 augustus 2012 van de wet van 16 juli 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek m.o.o. een vereenvoudiging van de regels van de burgerlijke rechtspleging, is het mogelijk schriftelijke verklaringen van derden in burgerlijke procedures als bewijs aan te nemen. (art. 961/1-961/3 Ger.W.)

Wanneer het getuigenbewijs toelaatbaar is (art. 1341 e.v. BW en art. 25 W.Kh.), mag een rechter van derden schriftelijke verklaringen aannemen, die hem inzicht kunnen verschaffen in de betwiste feiten waarvan zij persoonlijk weet hebben.

De schriftelijke verklaringen worden op eigen initiatief van de partijen of op verzoek van de rechter overgelegd. Ze moeten zijn opgesteld door personen die voldoen aan de voorwaarden om als getuige te worden gehoord (zie art. 931 Ger.W.).

Er gelden een aantal vormvereisten:

  • het relaas van de feiten waarbij de opsteller van de verklaring aanwezig was of die hij zelf heeft vastgesteld ;
  • de naam, de voornamen, de geboortedatum en -plaats, de woonplaats en het beroep van de opsteller ;
  • zo nodig, de vermelding van de graad van bloed- of aanverwantschap met de partijen, of er sprake is van ondergeschiktheid tegenover de partijen, of ze samenwerken, dan wel of ze gemeenschappelijke belangen hebben, en
  • de vermelding dat de verklaring is opgesteld voor overlegging aan de rechtbank/het hof en dat de opsteller weet heeft van het feit dat hij zich door een valse verklaring aan straffen blootstelt.

De verklaring moet geschreven, gedagtekend en door de opsteller ervan ondertekend zijn. Als bijlage moet het origineel of een fotokopie zijn toegevoegd van een officieel document dat zijn of haar identiteit aantoont en waarop zijn of haar handtekening voorkomt (bijvoorbeeld een identiteitskaart of verblijfsvergunning).

Voornoemde vormvereisten zijn niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Indien een verklaring niet aan de vormvereisten voldoet, dient de rechter te oordelen of de verklaring al dan niet voldoende waarborgen biedt om in overweging te worden genomen.

Geconfronteerd met een schriftelijke verklaring kan een rechter op eigen initiatief of op verzoek van een partij een verhoor van de opsteller van de schriftelijke verklaring afnemen.

De schriftelijke verklaringen zullen de rechter wel toelaten de bewijsvoering door getuigenverhoren te beperken tot de meest controversiele of delicate punten, wat het uitgangspunt van deze nieuwe wetgeving blijkt geweest te zijn.

Facebook en Twitter na overlijden

Steeds vaker wensen personen die beschikken over een Facebook- of Twitteraccount te bepalen wat er met die informatie (teksten, foto’s, video’s) na hun overlijden gebeurt.

De mogelijkheid bestaat om de Facebook-pagina te laten bestaan als een soort rouwregister, of om die af te sluiten.

Daartoe kan in een testament een zgn. testamentuitvoerder aangeduid worden die de wilsbeschikking van de overleden over bv. een Facebook-pagina uitvoert. Omdat die testamentuitvoerder niet verplicht is die taak ook effectief uit te voeren, wordt in het testament vaak een reserve-uitvoerder aangesteld.

De paswoorden van de Facebook- of Twitteraccount worden onder gesloten omslag aan de notaris overhandigd en in een dossier bewaard.

Meer info over testamenten: www.notaris.be/erven-schenken/erven/Wat-is-een-testament

Wet van 13 augustus houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling

Op 1 april 2012 trad de nieuwe wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling in werking. Deze wet moet ervoor zorgen dat de toewijzing en verdeling van goederen bij echtscheiding of erfenis efficiënter gebeurt dan tot nu toe het geval was. Vaak moesten mensen immers jaren procederen/wachten op de definitieve toewijzing van de te verdelen goederen, ook wel de vereffening-verdeling genoemd.

De doelstellingen van deze wet zijn:

  1. de procedure versnellen
    De wet voert een termijnregeling in. Ofwel regelen de partijen dit bij aanvang met de notaris-vereffenaar, ofwel volgen de partijen de wettelijk vastgestelde termijnen.
  2. het verloop efficiënter maken voor de partijen
    Zodra er tussen de partijen een akkoord is voor een onderdeel van de verdeling, kan dit afgesloten worden. Het is dus niet langer noodzakelijk om een akkoord over alle onderdelen te bekomen, alvorens een nieuwe fase aan te vangen. Een verdeling is dus niet langer ‘ondeelbaar’.
  3. het akkoord tussen partijen in elke fase bevorderen
    De notaris-vereffenaar kan zich tussentijds wenden tot de rechtbank in elke fase van de procedure voor problemen die zo essentieel zijn dat ze de notaris-vereffenaar belemmeren in de voortzetting van zijn werkzaamheden en die verhinderen dat hij zijn staat van vereffening kan opstellen.
  4. de rol van de actieve notaris-vereffenaar versterken
    In heel wat gevallen is het niet langer noodzakelijk dat de notaris-vereffenaar een beslissing via een tussenkomst van de rechtbank geldig maakt, in zoverre de partijen ermee akkoord gaan. Bijvoorbeeld om de verkoopsvoorwaarden van een openbare verkoop op te stellen. De notaris kan dus veel zelfstandiger werken.

Vereffenen-verdelen blijft echter een ingewikkelde en vaak ook emotionele zaak tussen personen met tegengestelde belangen. Professionele en onafhankelijke hulp van uw advocaat blijft dus in vele gevallen noodzakelijk, minstens wenselijk.

Bij ADVOPLUS advocaten bent u aan het juiste adres voor advies en bijstand in uw procedure van vereffening-verdeling. Mr. Kris WELLEKENS is mede-auteur van DIVIDE, een online berekeningsmodule voor de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap na echtscheiding, uitgegeven door KLUWER.

Bron: OVB persbericht 14.09.2011 – www.advocaat.be